Ervaringsverhaal Christina
“Jarenlang is het zwijgen mij opgelegd. Dat wil ik niet meer, ik zwijg niet langer. Vanaf nu ga ik praten, om andere mensen te waarschuwen, om het taboe te doorbreken én om zijn zonde aan het licht te brengen. En niet alleen die van hem, maar die van de zovele daders.”

Christina (43 jaar) is jarenlang slachtoffer geweest van mensenhandel. Toen ze nog maar een meisje was van tien jaar oud, viel ze in handen van haar oom, die haar seksueel misbruikte én – uitbuitte. Nu kiest ze ervoor om haar verhaal te delen. Ze wil mensen laten zien dat mensenhandel niet iets is wat ver weg gebeurt, maar overal kan voorkomen. Ook hier in Twente, bij jouw buren of in je familie.
Toen Christina negen jaar oud was, ging ze voor het eerst een maand op vakantie naar Syrië. Ze woonde op dat moment met haar gezin in Enschede, waar ze na een asielprocedure terechtkwamen. In de laatste week van haar, tot dan toe, geweldige vakantie, wordt ze verkracht door haar neef. Iets wat het begin lijkt te zijn van alle ellende.
Van haar neef mocht ze haar ouders absoluut niet vertellen wat er was gebeurd. Als ze dat wel deed, zouden daar gevolgen aan zitten. Dus zweeg ze. Tot haar oom in beeld kwam. Een grote, sterke man die in de ogen van de jonge Christina iemand was die haar kon beschermen. Langzaam begon ze hem te vertrouwen en vertelde ze hem haar grote geheim.
“Hij zei dat hij mijn neef iets aan zou doen. Dat geloofde ik. Dat gaf mij een veilig en beschermd gevoel”, vertelt Christina.
Maar niets bleek minder waar. Christina denkt nu dat het delen van dit geheim iets heel anders bij hem heeft getriggerd. Want wat ze toen nog niet wist, wat overigens helemaal niemand wist, is dat haar oom een dubbelleven leidde in Frankfurt als pooier. En precies dit verhaal maakte iets los in haar oom. Een zieke obsessie. Want waar hij hiervoor alleen vrouwen ver buiten zijn eigen kring seksueel uitbuitte, ging hij dit nu doen bij zijn eigen, tienjarige nichtje.
“Hij liet het lijken alsof ik speciaal was. Alsof ik anders was dan anderen en door hem was uitgekozen. Alsof dit liefde was en zo hoorde te voelen. Het gaf me een soort Disneygevoel”, vertelt Christina.
Maar dat was niets meer dan manipulatie.
In het begin hield haar oom haar nog voor zichzelf en dat Disneygevoel verdween al snel. Om te kunnen overleven schoot Christina in een freeze. Het deed nog steeds pijn, maar op die manier kon ze het beter verdragen. Wanneer de tranen over haar wangen liepen, kuste hij die weg.
“Dat vond hij het allerfijnst: als ik huilde of bloedde. Dat sadistische.”
Na een tijdje nam haar oom haar ook mee naar andere plekken. Andere mannen en vrouwen. “Ik moest zijn handje vastpakken en dan bracht hij me naar hotels en garages”, zegt Christina.
“Je leeft in een waas. Je voelt dat het niet goed is, maar je begrijpt niet wat er gebeurt. En tegen de tijd dat je dat wel begrijpt, weet je niet meer hoe je eruit moet komen. Alles wat ik nu kan, zoals praten over wat er is gebeurd, kon ik toen niet. Ik was te bang. Ik werd bedreigd met een vuurwapen en ik leefde volledig onder de controle van iemand anders.”
Veel mensen vragen zich af waarom slachtoffers niet naar de politie stappen of om hulp vragen. Die gedachte ging ook regelmatig door Christina’s hoofd. Maar de werkelijkheid was veel ingewikkelder.
“Natuurlijk denk je vaak aan de politie”, vertelt ze. “Maar dan komen direct alle doemscenario’s naar boven. Wat als hij mijn familie iets aandoet? Wat als niemand mij gelooft? Wat als het alleen maar erger wordt?”
Bovendien raakte Christina steeds wantrouwiger tegenover andere mensen. Tijdens de uitbuiting kwam ze niet alleen klanten tegen van wie je dat misschien zou verwachten, maar ook nette mannen in pakken en mensen die er succesvol en betrouwbaar uitzagen. Mensen van wie je juist zou verwachten dat ze het juiste doen.
“Daardoor ga je aan alles twijfelen. Je denkt: als deze mensen hier ook zijn en niemand grijpt in, wie kan ik dan nog vertrouwen?”
Tegen haar ouders verzon haar oom altijd een smoes. Hij vertelde dat ze gezellig samen iets gingen doen of dat ze samen naar zijn ‘kapperszaak’ gingen, die Christina nog nooit heeft gezien. Haar ouders vonden daar niets verdachts aan. Pas jaren later realiseerde Christina zich hoe kwetsbaar haar gezin in die periode was. Haar vader kreeg kanker en was ernstig ziek maar dat werd geheim gehouden voor de kinderen. Er waren veel zorgen thuis en hij lag regelmatig in het ziekenhuis of was te uitgeput om veel mee te krijgen. Juist in die periode wist haar oom zich steeds nadrukkelijker te presenteren als een behulpzaam en betrouwbaar familielid, waardoor niemand argwaan kreeg.
“Het was echt een spel voor hem. Tegen mijn ouders deed hij alsof ik hem helemaal niet interesseerde, maar zodra we samen in de auto zaten, begon hij mij te betasten en zei hij dat ik van
hem was.”
Christina mocht absoluut niet vertellen wat er gebeurde. Dat maakte haar oom haar duidelijk, zowel met woorden als met zijn handen. Het geweld die hij had beloofd te gebruiken tegen haar neef, konden volgens hem net zo goed tegen haar, haar ouders en haar broertje en zusjes worden gebruikt. Dat zorgde voor een enorme angst.
De angst, de pijn en het verdriet hadden grote gevolgen voor de jonge Christina. Ze werd agressief en raakte vaak betrokken bij vechtpartijen. Haar schoolprestaties gingen achteruit en ze kon zich steeds minder goed concentreren.
“Achteraf gezien waren dat enorme signalen voor de buitenwereld. Maar niemand op school en in mijn verdere omgeving heeft ooit gevraagd waar die woede vandaan kwam. Ik kreeg gewoon straf.”
Ook thuis escaleerde de situatie. Haar oom zette Christina bewust op tegen de rest van het gezin. “Tegen mij zei hij dat ik speciaal en uitzonderlijk was en dat hij mij had uitgekozen omdat ik zo
bijzonder was en mijn familie niet van mij houdt. Dat zorgde voor ontzettend veel wrijving. Achteraf voelt het als een manier om ons tegen elkaar op te zetten. Om mij langzaamaan bij mijn familie weg te trekken.”
Uiteindelijk liep de situatie zo uit de hand dat jeugdzorg betrokken raakte en er een voogd werd aangesteld. Ook die voogd vroeg nooit wat er werkelijk achter het gedrag van Christina zat. Sterker nog: ze werd uit huis geplaatst en kwam terecht in een gesloten inrichting voor kinderen. Weg van haar ouders, haar familie en dus ook haar oom. Niemand wist waar ze verbleef.
Na een jaar werd ze overgeplaatst naar een ander kindertehuis in Apeldoorn. Deze was minder gesloten. Toen Christina zestien jaar oud was, kwam haar oom opnieuw in contact met haar. Hij had haar binnen de kortste keren weer gevonden. Ook dit keer handelde hij niet met de juiste intenties; hij nam haar herhaaldelijk mee naar hotels om haar te gebruiken en uit te buiten.
Ook in dit kindertehuis vroeg niemand ooit wat er achter haar plotselinge woede en gedrag schuilging. “Iedereen dacht al te weten wat er aan de hand was, namelijk de ruzies thuis. Daardoor vroeg eigenlijk niemand meer verder.”
Op haar achttiende verjaardag nam haar oom haar mee uit eten. In het kindertehuis had hij zich jarenlang voorgedaan als haar reddende engel: de enige die om haar gaf en haar “trouw” bleef
bezoeken. Niemand keek er daarom van op dat ze die avond met hem meeging.
Maar na het etentje reden ze niet terug naar het kindertehuis. In plaats daarvan had haar oom haar ontvoerd naar Frankfurt, naar een bordeel. Hij was dolblij dat Christina eindelijk achttien was en dus, in zijn ogen, “legaal” kon werken.
Haar paspoort werd gecontroleerd en van haar afgepakt en er stond al een kamer voor haar klaar. Daarnaast had haar oom een appartement geregeld waar ze verbleef wanneer ze niet in het
bordeel was. Van rust was daar echter geen sprake. Het appartement hing vol met camera’s en ook daar stuurde haar oom nog altijd mannen naartoe.
In deze periode besloot haar oom dat haar uiterlijk moest worden aangepast volgens zijn eigen voorkeuren, met als doel daar financieel voordeel uit te halen. Hierdoor vonden er verschillende ingrepen plaats.
“Hij liet mijn tanden afslijpen en vervangen, brak en verminkte mijn neus, schoor mijn wenkbrauwen volledig weg en liet verschillende tatoeages zetten. Alles om maar meer geld aan mij te kunnen verdienen.”
Ook de praktijken waar dit gebeurde, hielden wijselijk hun mond. Soms in ruil voor een extraatje of een betaling in natura. Haar oom deed er alles aan om ervoor te zorgen dat niemand zou gaan praten. Tegelijkertijd was hij er voortdurend bang voor dat Christina zelf haar mond open zou doen. Op haar twintigste verjaardag nam hij haar daarom mee naar een klooster in Frankfurt.
“Voor het eerst in lange tijd voelde ik rust. Het was zo gek. Midden in die drukke stad was er opeens een plek waar het helemaal stil was.”
Daar wilde haar oom dat ze zou zweren op God en op het beeld van Maria dat ze nooit aan haar ouders of iemand anders zou vertellen wat er was gebeurd. Maar op dat moment werd hij gebeld.
“Hij zei dat hij dit telefoontje echt even moest opnemen en liep om de hoek.”
Voor het eerst in lange tijd werd Christina niet in de gaten gehouden. Geen camera’s. Geen oom. Geen mannen. Dat gevoel van vrijheid was zo lang geleden dat ze niet wist wat ze ermee moest. Ze kreeg een paniekaanval en begon te hyperventileren. Een oplettende kloosterbroeder zag haar en sprak haar aan. Hij vroeg wat er aan de hand was, maar Christina probeerde hem aanvankelijk weg te sturen. “Ik wilde hem wegsturen, want het was veel te gevaarlijk om met iemand te praten.”
Toch bleef de man rustig. Hij verzekerde haar dat ze hem kon vertrouwen. En toen brak er iets. “Ik dacht: hij spreekt de waarheid. Hij is echt te vertrouwen.” Voor het eerst vertelde ze wat er aan de hand was.
“Ik ben hier met een man. Ik word gevangen gehouden. Ik zit in de gedwongen prostitutie.”
De kloosterbroeder schrok van haar verhaal en vroeg of hij voor haar mocht bidden. Nog voordat er meer kon gebeuren, kwam haar oom terug. Hij zag direct dat er iets was gebeurd en nam haar mee terug naar huis. De straf volgde onmiddellijk: Weer geen eten.
Toch veranderde er iets in Christina. Hoewel ze daarvoor nooit in God had geloofd, voelde ze op dat moment een kracht die ze niet eerder had ervaren. Het werd een moment dat ze nooit meer zou vergeten.
“Opeens zag ik dat hij de sleutels in de deur had laten zitten. Dat deed hij nooit.”
Voor het eerst voelde ze geen angst meer. In plaats daarvan voelde ze hoop en kracht. Ze aarzelde niet, rende de kamer uit, draaide de deur snel achter haar op slot en ging de trap af, de straat op. Voor één keer zat haar oom opgesloten en was zij vrij. Hij schreeuwde haar na en schold haar uit, maar Christina bleef rennen.
Op straat hield ze een taxi aan. Ze wist niet precies waar ze naartoe moest, maar wel waar ze zich veilig voelde. Terug naar het klooster. Daar ontmoette ze opnieuw dezelfde kloosterbroeder. Hij kocht voor haar een treinkaartje naar Enschede. Een enkele reis.
En zo stond Christina, na al die jaren, ineens weer voor de deur van haar ouders.
De terugkeer naar huis betekende niet dat alles ineens goed was. Integendeel. Na jaren van manipulatie, geweld en uitbuiting moest Christina niet alleen herstellen van wat haar was
aangedaan, maar ook leren omgaan met een werkelijkheid die voor veel mensen bijna niet te bevatten is.
Wat ze in die periode het hardst nodig had, waren mensen die haar geloofden. Mensen die luisterden, haar serieus namen en haar lieten voelen dat zij niet schuldig was aan wat haar was
overkomen.
Ook professionele hulp heeft een belangrijke rol gespeeld in haar herstel, en nog steeds. Dag in, dag uit staan er mensen voor haar klaar die haar helpen om de gevolgen van haar verleden te
verwerken. Daarnaast heeft ze veel gehad aan Kenniscentrum Mensenhandel Twente en Slachtofferhulp Nederland. Het gevoel dat haar verhaal wordt gezien en gehoord geeft haar rust. “Het is een zorg minder.”
Tegelijkertijd blijft er één vraag door haar hoofd spoken. Hoe heeft dit zo lang kunnen gebeuren zonder dat iemand echt doorvroeg?
Als kind kwam Christina in aanraking met leerkrachten, hulpverleners, jeugdzorgmedewerkers en voogden. Achteraf ziet ze talloze signalen die vragen hadden kunnen oproepen. Waarom veranderde een vrolijk meisje ineens in een boos, agressief en teruggetrokken kind? Waarom gingen haar schoolprestaties achteruit? Waarom waren er zoveel conflicten thuis?
“Vraag door! Ook als iemand niet meteen antwoord geeft. Soms kan één extra vraag het verschil maken tussen jarenlang zwijgen of eindelijk gezien worden.”
Dat is iets wat haar vandaag de dag nog steeds kan frustreren. Er zijn zoveel momenten geweest waarop iemand had kunnen opmerken dat er meer speelde. “Soms denk ik echt: is er nu niemand geweest die door die bubbel heen kon prikken?”
Niet alleen haar eigen gedrag veranderde zichtbaar, ook haar oom leidde een opvallend leven. Hij reed in dure auto’s, droeg opvallende sieraden en gaf kostbare cadeaus. “Nu denk ik weleens: hoe kan het dat niemand zich afvroeg waar dat geld allemaal vandaan kwam?”
Zelfs haar beste vriendin, met wie ze jarenlang een hechte band had, had niet door wat er werkelijk gebeurde. Wel vond ze Christina’s oom vreemd. Pas jaren later vertelde ze Christina dat ze altijd een gevoel had gehad dat er iets niet klopte. Dat ze ergens wist dat er meer speelde, zonder precies te begrijpen wat. Dat besef draagt ze nog altijd met zich mee. Christina begrijpt dat, maar neemt haar niets kwalijk.
“We waren kinderen. Dit was niet iets wat een kind had moeten oplossen. Dat was de verantwoordelijkheid van de volwassenen om ons heen.”
Juist daarom vertelt Christina haar verhaal. Niet om met een beschuldigende vinger te wijzen, maar omdat ze hoopt dat professionals, familieleden, vrienden en omstanders sneller leren kijken naar wat er achter gedrag kan schuilgaan.
Aan mensen die zich nu misschien in een vergelijkbare situatie bevinden, wil ze vooral één boodschap meegeven: er is hoop.
“Ook al zie je het zelf niet meer, omdat alles donker voelt, er is altijd hoop. Er is altijd een mogelijkheid om eruit te komen. Kijk naar mij. Als ik eruit heb kunnen komen, dan kan jij dat ook.”
Ze weet als geen ander hoe moeilijk vertrouwen kan zijn wanneer dat vertrouwen jarenlang is misbruikt. Toch moedigt ze mensen aan om te blijven zoeken naar meerdere mensen bij wie ze zich veilig voelen, zoals vrienden, familie, hulpverleners, docenten of anderen die echt luisteren en bij wie je steun kunt vinden.
“Ook al voel je schaamte en schuld, er zijn altijd mensen die de waarheid willen horen! Geef de hoop niet op!”